(vervolg op Open Innovation and Open Software)
Auteurs, fotografen en uitvinders maar ook musici en artiesten leveren ontegenzeggelijk waarde. Waarde waar de internetcommunity momenteel schaamteloos van profiteert, zonder er iets voor terug te geven. Dat zou toch niet lang kunnen duren (lees Andrew Keen ook).
In de biologie zou men zeggen dat de internetcommunity parasiteert op de artiesten. Maar ook parasieten hebben er baat bij dat hun gastheer blijft leven.
Alles wat artiesten uitbrengen zal vroeger of later op het internet verschijnen en 'gratis' verspreid worden.
Artiesten zijn er weerloos tegen. De oude beschermingsconstructies, als auteursrecht, werken niet meer; ze kunnen nauwelijks gehandhaafd worden.
Deze constructies zijn tot stand gekomen als reactie op de uitvinding van de boekdrukkunst en (later) grammophoon. Kennelijk bestond er toen* al behoefte aan bescherming van creatieve uitingen.
Bescherming van eigendom is natuurlijk nog veel ouder. En 'eigendom' is ook niet een natuurgegeven. Daarvoor moeten we misschien terug naar de uitvinding van de landbouw, ca 8000 v.Chr.
De prille boeren maakten zich er minder afhankelijk mee van de grillen van de natuur. Maar daarvoor moesten ze een heel seizoen ploegen, zaaien en verzorgen en dan pas oogsten en opslaan.
Maar niemand hield hun jagende en verzamelende buren tegen als die zich tegen de oogsttijd aandienden. Die zullen zich er wel aan te goed gedaan hebben, en aan de rijke voorraden die de boeren opgeslagen hadden.
De boeren zullen dus al gauw een 'mijn en dein' gevoel ontwikkeld hebben en hun 'eigendommen' beschermd.
Het middel dat hun ter beschikking stond was 'geweld'. Al gauw hebben ze dat geweld uitbesteed aan 'beschermheren' want wie ten strijde trekt kan niet tegelijk op de boerderij letten. De rest is geschiedenis, van krijgsheren, ridders, koningen, en, uiteindelijk, staten.
Een behoorlijk succesvol concept, want tienduizend jaar later dwingt overal ter wereld de staat nog altijd de bescherming van eigendom en recht af met (dreiging van) geweld. Wie zich niet aan hun regels houdt roept boetes, vrijheidsstraf of uiteindelijk oorlog over zich af*.
Maar als we over de bescherming van de rechten van artiesten op internet praten werkt geweld ineens niet meer. Als de vrije uitwisseling van informatie aan banden gelegd wordt kan het internet zelf wel opgedoekt worden.
Het is wel wennen na 10.000 jaar; we gaan over naar een nieuw level.
Maar we moeten op zoek naar alternatieven voor geweld als beschermingsmiddel...
dinsdag 1 september 2009
maandag 31 augustus 2009
Open Innovation and Open Software
Open Innovation obviously is inspired by the Open Software movement.
Open Software works because it benefits from some specific features. Therefore though, it is hard to copy blindly to other fields, like innovation of tangible products.
First, in Open Software there is mutual gain, almost without loss. Sharing your software creations implies anyone can use it; in return you can use everyone else's shared software.
Second, in Open Software cost of sharing is neglectible as reproduction and distribution costs are virtually free.
Sharing other types of intellectual property, like music or text, does fulfill the second condition but does not fulfill the first.
There's no direct mutual gain. Musicians, theatre artists or fashion models do not receive anything in return from sharing on the internet. Apart perhaps from a reputation or even fame that they can exploit otherwise. After all their creations show their capabilities that they can perform later on. Otherwise all but the satisfaction of bare attention is gained.
Photographers, painters or text writers apparently loose their creations alltogether by sharing them with the world community. Their creations require an investment in effort, which may become sunk costs if they're just given away. The same goes for inventors.
They also need exposure but in a protective environment.
Open Software works because it benefits from some specific features. Therefore though, it is hard to copy blindly to other fields, like innovation of tangible products.
First, in Open Software there is mutual gain, almost without loss. Sharing your software creations implies anyone can use it; in return you can use everyone else's shared software.
Second, in Open Software cost of sharing is neglectible as reproduction and distribution costs are virtually free.
Sharing other types of intellectual property, like music or text, does fulfill the second condition but does not fulfill the first.
There's no direct mutual gain. Musicians, theatre artists or fashion models do not receive anything in return from sharing on the internet. Apart perhaps from a reputation or even fame that they can exploit otherwise. After all their creations show their capabilities that they can perform later on. Otherwise all but the satisfaction of bare attention is gained.
Photographers, painters or text writers apparently loose their creations alltogether by sharing them with the world community. Their creations require an investment in effort, which may become sunk costs if they're just given away. The same goes for inventors.
They also need exposure but in a protective environment.
zaterdag 20 juni 2009
maandag 17 november 2008
zondag 16 november 2008
Samenwerken
Aanloop voor
Samenwerken kan op twee manieren, die wezenlijk van elkaar verschillen. De eerste is die van het bundelen van krachten. De tweede die van bundelen van kennis.
Samenwerken kan op twee manieren, die wezenlijk van elkaar verschillen. De eerste is die van het bundelen van krachten. De tweede die van bundelen van kennis.
1. krachten bundelen
Als iedereen maar zijn eigen kant op trekt of duwt gebeurt er niets. De gezamenlijke kracht is dan nul.
Voor het bundelen van krachten is het dus handig om die gelijk te richten. Dit is de manier van samenwerken die we van oudsher gewend zijn: "alle neuzen in dezelfde richting laten wijzen". Eenheid door uniformiteit.
2. kennis bundelen
Maar voor het bundelen van kennis ligt het anders. Velen weten meer dan één. Iedereen heeft een ander gezichtspunt en alleen daardoor al andere informatie. Hoe meer we van die beetjes bij elkaar brengen des te meer is onze gezamenlijke kennis toegenomen. Eenheid door verscheidenheid.
2.1 gesloten problematiek
Het komt het duidelijkst aan het licht als er 1 antwoord mogelijk is, dan valt er niet over te twisten. Bij gesloten problemen, zoals dat genoemd wordt. Bijvoorbeeld 'wat is de wortel van 169' of 'waar is mijn autosleutel', maar ook 'wat mankeert er aan het kopieerapparaat'.
Soms kan zo'n probleem behandeld worden met 'gesloten vragen', waarbij alleen gekozen kan worden uit een beperkte reeks antwoorden. 'De moordenaar moet 1 van de 6 mensen zijn die zich in deze kamer bevinden'. Ook kan het zijn dat daarvoor een (vrij) getal gekozen moet worden.
Wie die gesloten vragen stelt kent op voorhand de mogelijke uitkomsten. Hij vraagt in zekere zin naar de bekende weg. Hij zoekt niet naar nieuwe variabelen of invloedsfactoren maar in welke mate ze in het geval onderhanden van toepassing zijn.*
2.1.1.1 feitelijke kennis
Zelfs als iedereen zich ergens over vergist weten we met ons allen heel precies hoe het zit! Want voor iedere vergissing naar de ene kant staat wel iemand met een tegengestelde vergissing. Als we die vergissingen uitmiddelen komt de correcte informatie bovendrijven.
Heel logisch, maar het lijkt wel een wonder.
Dit is de 'wisdom of crowds' zoals James Surowiecki bedoelde. Zijn boek ging echter vooral over de addertjes die er bij onder het gras verscholen zitten.
Ten eerste moet het aantal mensen groot genoeg zijn. Hoe meer des te beter. Met een zo groot mogelijke diversiteit aan kennis.
Er mag vooral ook geen sprake zijn van onderlinge beïnvloeding. Mensen hebben anders de onhebbelijke neiging om zich aan elkaar te conformeren. Ze gaan bijvoorbeeld kuddegedrag vertonen. Dat verstoort de variatie in de vergissingen. Die middelen elkaar dan niet meer goed uit.
2.1.1.1.1 numerieke gegevens
Het gemakkelijkste bepaalt men het gezamenlijke antwoord als de antwoordmogelijkheid een getal is. Met het 'rekenkundig gemiddelde'.
2.1.1.1.2 meerkeuzevragen
Bestaat de keuze uit een reeks antwoorden is de beste benadering van de 'waarheid' datgene dat het vaakst genoemd werd, de modus.
2.1.1.2 meningen
Bij de vraagstelling moet onderscheid gemaakt worden tussen meningen en (feiten)-kennis, tussen wat men denkt of wat men vindt. Of, misschien helderder, tussen 'soll'- en 'ist'-waarden.
'Ist'-waarden (Duits voor 'is') beschrijven hoe iets daadwerkelijk is. Ist-waarden (feitenkennis) middelen uit, zoals hierboven bedoeld, tot verbluffend correcte informatie.
'Soll'-waarden (van Duitse 'sollen'='moeten') omschrijven hoe iets zou moeten zijn. Wat men wil dus, een wens of ideaalbeeld.
2.1.1.2.1
Het gemiddelde van de soll-waarden (meningen) geeft weer 'welke kant de neuzen staan', gemiddeld. Dat zegt iets over de ondervraagden maar niets over de feitelijke toestand.
2.1.2 open vragen, inductie, hypotheses
Gesloten vragen kan men 'kwantitatief' te lijf: met tellen, turven en rekenen. Maar vaak is zo'n vraag niet aan de orde. Op de vraag 'wat is híer gebeurd' kan men vaak niet op voorhand een reeks vaste antwoordmogelijkheden aanbieden.
Het probleem is weliswaar gesloten, want er is 1 antwoord het juiste maar er zijn vele 'verklaringen' mogelijk.
Een mooi voorbeeld is een scene uit de film 'The Messenger: The Story of Joan of Arc' (1999) waarin Jeanne d'Arc na een bloedstollend avontuur bijkomt in een veld. Naast haar vindt zij een zwaard en zij neemt voetstoots aan dat dit een teken van God is. Dan verschijnt echter de duivel (Dustin Hoffman) die twijfel zaait met een groot aantal ontnuchterende verklaringen.
Duidelijk is dat deze reeks niet uitputtend is, de vraag is dus 'open'. Voor een ieder die men er (onafhankelijk van elkaar!) om zou vragen kan men een uniek antwoord verwachten: een andere verklaring. Met tellen en turven komt men er dan niet.
Dat kan ook niet de bedoeling zijn van open vragen. Daarmee kan alleen verklaringen en relevante kenmerken op het spoor komen. (Parameters of kwaliteiten; vandaar: kwalitatief onderzoek). Deze staan echter geenszins vast: het zijn vooralsnog inducties of veronderstellingen (in oud-grieks: hypotheses).
Bij een voldoend aantal gaan zich echter overeenkomsten aftekenen. Dan kunnen categorieen onderscheiden worden waarin de antwoorden kunnen worden ondergebracht. In een volgende ronde kan dan een kwantitatief onderzoek gehouden worden aan de hand van gesloten vragen.
2.2 open problematiek
Lang niet alle problemen hebben 1 oplossing; zelfs vaak niet een 'beste oplossing':
er zijn een heleboel stoelen te bedenken, en bedacht, die comfortabel zitten;
de wereld is vol van fijne vakantiebestemmingen;
er is niet een hand vol maar een land vol leuke meisjes...
Bij dit soort 'open problemen' gaat het er om om een keuze te maken uit een groot aantal opties:
2.2.1 oplossingen genereren
2.2.1.1 bestaande oplossingen zoeken
2.2.1.2 nieuwe oplossingen verzinnen
2.2.2 criteria genereren
2.2.3 selectie: oplossingen toetsen aan criteria
eerdere gedachten
«Als je je met crowdsourcing bezig houdt stuit je op de werkvelden:
1:Sociale interacties (Wie praat met wie? Wie kan je waarmee helpen? Hoe controleer je deugdelijkheid en betrouwbaarheid?),
2:inhoudelijke (ontologische) verbanden (waar gaat het over? Hoe relateren die onderwerpen zich onderling? Hoe komen vragen en antwoorden bij elkaar?),
3:technologie (hoe vertaal je ideeën, ervaringen, denkbeelden in bits, zodat computers er hun weg in kunnen vinden? AI, semantisch web, indexering, track&trace, metadata, zoekalgoritmes?)»
wiki's en meningen
ideeën en bits
1:Sociale interacties (Wie praat met wie? Wie kan je waarmee helpen? Hoe controleer je deugdelijkheid en betrouwbaarheid?),
2:inhoudelijke (ontologische) verbanden (waar gaat het over? Hoe relateren die onderwerpen zich onderling? Hoe komen vragen en antwoorden bij elkaar?),
3:technologie (hoe vertaal je ideeën, ervaringen, denkbeelden in bits, zodat computers er hun weg in kunnen vinden? AI, semantisch web, indexering, track&trace, metadata, zoekalgoritmes?)»
wiki's en meningen
ideeën en bits
Abonneren op:
Posts (Atom)
